Eigenschappen en verspreiding van de franjeschildpad

29 augustus 2019
De franjeschildpad, ook wel matamata genoemd, behoort tot de chelidae-familie. Het is momenteel het enige erkende ras in zijn soort.

Vanwege zijn bijzondere uiterlijk is de franjeschildpad (matamata) een uniek en onmiskenbaar dier. Deze schildpad ziet er anders uit dan de meeste schildpadden die er schattig en onschuldig uit kunnen zien.

Deze soort kan mensen bang maken die niet weten wat het precies is. Vervolgens zullen we je meer vertellen over de ongewone franjeschildpad: zijn fysieke kenmerken, gedrag, habitat en voortplanting.

Fysieke kenmerken en taxonomie van de franjeschildpad

Morfologisch gezien wordt de matamata gekenmerkt door een grote, langwerpige, afgeplatte en driehoekige kop. De hals is ook vlak en lang, en hij is langer dan zijn ruggengraat, die door zijn schild wordt beschermd. De zijkanten van zijn nek laten enkele uitstulpingen zien, waardoor het op een zaag lijkt.

De huid is bedekt met bulten of knobbels waardoor het er onaantrekkelijk uitziet. Je kunt ook een paar snorharen en twee extra filamenten op de kin zien.

Toch zijn deze zogenaamde ‘huidschilfers’ van groot belang in het dagelijks leven van dit reptiel. Omdat het er zo vreemd uitziet, slaagt de matamata erin om zich gemakkelijk in zijn omgeving te camoufleren. Hij kan voor mogelijke roofdieren volledig onopgemerkt blijven.

Ook de snuit van de franjeschildpad is zeer opvallend, door zijn buisvormige, langgerekte vorm. Het ziet eruit als een hoorn. Zijn neus werkt als een snorkel waardoor hij enkele uren onder water kan blijven zonder dat hij naar boven hoeft te komen voor lucht.

De schild van de matamata is bij volwassen mannetjes ongeveer 40 cm lang. De overheersende kleur kan variëren tussen donkerbruin en zwart. Het buikpantser is smal, vooral naar achteren gekanteld, en kort aan de voorkant.

Een klauw van een franjeschildpadUiterlijk verschil tussen mannetjes en vrouwtjes

De belangrijkste seksueel dimorfisme van franjeschildpadden is de vorm van hun plastron. Het buikpantser van mannetjes is aanzienlijk holler dan dat van de vrouwtjes. Bovendien is de staart langer en dikker.

Habitat matamata

De franjeschildpad is een zoetwaterschildpad die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komt. Het leeft op grote schaal in de stroomgebieden van de Amazone en de Orinoco rivierbekkens. Daarnaast strekt het verspreidingsgebied zich uit over Brazilië, Colombia, Peru, Venezuela, Ecuador en Guyana.

De matamata heeft een opmerkelijke voorkeur voor het rustige water van rivieren, vijvers en moerassen, maar ook voor de rioolwaterstromen. Hij leeft meestal in ondiepe gebieden, omdat zijn snuit het oppervlak moet kunnen bereiken om te ademen.

Interessant is dat de matamata kunstmatig is geïntroduceerd in sommige afwateringskanalen in Zuidoost-Florida (VS). Dit is waarschijnlijk het gevolg van de illegale handel in exotische huisdieren. Tot op de dag van vandaag is de omvang van de populatie matamata’s in dat gebied echter onbekend.

Dieet van de franjeschildpad

Deze schildpadden zijn strikt vleesetende schildpadden. Hun dieet is voornamelijk gebaseerd op de consumptie van cichliden en ongewervelde waterdieren. Hun jachttechniek is intelligent en opportunistisch: ze maken om te jagen gebruik van hun vermogen om hun omgeving na te bootsen.

De matamata brengt vele uren vrijwel onbeweeglijk onder water door, met de nek omhoog en gecamoufleerd in zijn omgeving. Wanneer hij zijn prooi identificeert, duwt hij zijn hoofd naar buiten en opent hij zijn mond zo breed mogelijk.

Een franjeschildpad in het wild

Deze beweging genereert een ‘micro-omgeving’ onder lage druk die de prooi in de mond van de schildpad zuigt. Dan sluit de schildpad snel zijn mond, slikt zijn prooi in en blaast het water langzaam uit.

Voortplanting van de matamataschildpad

Het broedseizoen van de matamata vindt één keer per jaar plaats, met de komst van de lente op het zuidelijk halfrond. Mannetjes en vrouwtjes komen van begin oktober tot half december samen om te paren.

Alvorens te paren heeft het mannetje de neiging om zijn hoofd herhaaldelijk uit te strekken en tegelijkertijd zijn mond te openen en te sluiten. Hij kan ook zijn ledematen uitstrekken en zijn hoofd naar het vrouwtje wenden om haar aandacht te trekken.

Na de paring blijft het vrouwtje ongeveer 200 dagen zwanger. Aan het einde van de dracht legt ze tussen de 12 en 20 bolvormige eieren. Ze zijn zeer broos en moeten zorgvuldig worden gelegd.

De nakomelingen zijn klein en hun plastron en de onderrand van hun schilden hebben een roze of licht roodachtige kleur. Hun gehoor en tastzin zijn erg goed ontwikkeld, maar ze hebben vaak een slecht zicht. Ze hebben zintuiglijke zenuwen in de plooien van hun huid die hen helpen om bewegingen in hun omgeving op te sporen.

In gevangenschap kan de matamataschildpad ongeveer 35 jaar oud worden. De gewone levensverwachting in hun natuurlijke omgeving is echter nog onbekend. Wetenschappers schatten dat ze 15 tot 20 jaar oud kunnen worden.