Leer hier meer over staande jachthonden

· 2 april 2019
Deze honden onderscheiden zich door hun fysieke capaciteiten en hun verbazingwekkende reukzin. Ze zijn geweldige bloedhonden en jachthonden.

De meeste staande jachthonden zijn van Europese afkomst, dus ze hebben een gedeeld verleden en soortgelijke kenmerken. Blijf dit artikel lezen als je meer over hen wilt weten!

Staande jachthonden

Er zijn allerlei staande jachthonden onder de jachthondenrassen en -subrassen. Veel van deze rassen stammen uit de 19e eeuw of werden eerder gebruikt als jachthonden. In dit artikel kun je meer te weten komen over 5 staande jachthonden.

1. De Duitse staander

Er zijn ook enkele staande subrassen. De bekendste is de Duitse kortharige staander (op de foto hierboven) die in de jaren 1800 werd gefokt om op vogels en wilde zwijnen te jagen. Hun belangrijkste kenmerken zijn een beter reukvermogen dan andere honden, elegant uiterlijk, buitengewone intelligentie, fysieke stevigheid en liefde voor water.

Sinds het einde van de 19e eeuw wordt de Duitse ruwharige staander ook gebruikt om op vogels (waaronder valken) te jagen. Het is een rustig, makkelijk te begeleiden ras met een goede persoonlijkheid. Ze zijn middelgroot en hebben “dradig” haar en een korte staart.

2. De Weimaraner

De Duitse Weimaraner is een van de bekendste staande jachthonden ter wereld. Ze zijn geweldige jagers en apporteerders met kort, dik en bruin haar. Dit ras is vernoemd naar een hertog.

De kop van een weimaraner

Weimaraners hebben blauwe ogen als ze geboren worden, maar tegen de tijd dat ze drie maanden oud zijn, krijgen ze een amberkleurige tint. Een ander opvallend kenmerk van deze honden zijn hun grote, naar voren gerichte oren. Het zijn energieke, gezonde honden die niet graag alleen thuis zijn en dagelijks veel beweging moeten krijgen.

3. De vizsla

De Vizsla is over de hele wereld erg populair geworden, zowel als huisdier als jachthond. Ze zijn zeer actief en hebben minstens een uur beweging per dag nodig. Ze hebben een beter reukvermogen dan de meeste rassen en houden van water. Daarbij zijn ze het nationale dier van Hongarije en ze dateren helemaal terug tot de 10e eeuw.

Een rennende vizsla in het veld

Deze honden hebben een korte, volledig bruine vacht met grote, naar voren gerichte oren en een lange dunne staart. Ze hebben een atletisch lichaam met lange poten (vooral de achterpoten), en een grote, vierkante kop.

4. De bracco italiano

In de oudheid waren er twee subrassen van de bracco italiano. Het ene paste zich snel aan aan de bergen en het andere ras paste zich snel aan aan de vlakten. Daarna zijn ze echter samengevoegd en er nu is maar één standaardras.

Het zijn honden met een lichaam dat lijkt op dat van de meeste andere bloedhonden, omdat ze lange poten, grote oren, een dunne staart en een vierkante neus hebben.

De bracco italiano in een riviertje

De bracco italiano onderscheidt zich van andere staande jachthonden door hun vacht, die wit is met lichtbruine vlekken en stippen. Hun oren en het gebied rond hun ogen is iets donkerder. De specifieke kenmerken die ze hebben zijn bij elke hond anders.

5. De braque français

De laatste op de lijst van vandaag is van Franse afkomst. Mensen fokten deze staander voor het eerst in de Pyreneeën, en ze zijn relatief zeldzaam buiten die regio.

De kop van een braque français

De braque français is middelgroot, met een gespierd lichaam en lange, dunne poten. Hun hoofden zijn bijna geheel bruin, maar de rest van hun vacht kan kleine, donkere vlekken en stippen hebben die opvallen tegen de witte vacht. Ze zijn geweldig met kinderen en andere honden en kunnen zich goed aanpassen aan vrijwel elk klimaat.

Je vraagt je misschien af hoeveel andere staande jachthonden er zijn die in het artikel van vandaag niet worden genoemd. Nou, de lijst zou te lang zijn om ze allemaal te noemen, maar er zijn ook de volgende rassen:

  • Portugese staander
  • Deense staander
  • Slowaakse staander
  • nog veel meer Franse braques

Het zijn over het algemeen geweldige honden, waar elke hondenliefhebber en jager van zal genieten!

Guaguère, E., Muller, A., & Cauzinille, L. (2001). Braque allemand. Pratique Medicale et Chirurgicale de l’Animal de Compagnie.