Wat weten we over de oorsprong van vogels?

· 2 mei 2019
Wil je weten waar vogels vandaan kwamen en hoe ze begonnen te vliegen? Doe je gordel om, we gaan helemaal terug naar de tijd van de dinosaurussen!

De oorsprong van vogels en hun evolutie is één van de grootste mysteries voor paleontologen en biologen. Wil je lezen wat we op dit moment allemaal weten?

De oorsprong van vogels

Er is enige overeenstemming: veel wetenschappers geloven dat vogels zijn voortgekomen uit dinosaurussen. Zij zouden afkomstig zijn van de coelurosauria, een familie van dinosaurussen die onder meer soorten als de beroemde velociraptor omvatte.

Voor zover we kunnen nagaan was de link tussen vogels en dinosaurussen de pterodactyl, of archaeopteryx. Deze waren als een kruising tussen de vogels die we tegenwoordig zien en de gevederde dinosaurussen. Hij had grote veren, vlijmscherpe tanden en kon vliegen.

Het onderzoek naar het ontstaan van vogels begon in de tijd waarin Darwin leefde. Een jaar nadat hij On the Origin of Species publiceerde, ontdekten onderzoekers de eerste gefossiliseerde veer. Dat was het uitgangspunt voor allerlei theorieën en mogelijke verbanden in de evolutie van vogels.

Een zwerm vliegende spreeuwen

In welk opzicht lijken vogels op dinosaurussen?

Een grote gelijkenis tussen vogels en dinosaurussen zijn hun veren. Hoewel velen eenvoudige, haarachtige veren hadden, waren er ook enkele dinosaurussen met veren die bijna even complex waren als die van vogels.

Maar er is een nog grotere overeenkomst tussen hen: hun botstructuren. Er zijn enkele duidelijke parallellen in hun skeletten, met name het vorkbeen en het borstbeen. Beide zijn zeer belangrijk voor vogels.

Zelfs de longen van de dinosaurussen hadden soortgelijke luchtzakken als die we bij vogels zien. Sommige wetenschappers denken dat dinosaurussen ook op dezelfde manier sliepen als vogels, waarbij ze hun hoofd onder hun ledematen staken om het warm te houden.

De biologie en het gedrag van de dinosaurussen geeft ons ook enkele aanwijzingen over de oorsprong van de vogels. Beiden hebben (en hadden) een medullaire holte, een calciumrijk gebied dat vogels helpt bij het produceren van de schelpen voor hun eieren.

Inmiddels zijn er veel versteende dinosaurussen, die hun eieren uitbroeden, gevonden. En het feit dat babydinosaurussen geen tanden hadden suggereert dat hun ouders hun voedsel uitbraakten om hen daarmee te voeden.

Wetenschappers hebben ook kleine steentjes gevonden in het spijsverteringsstelsel van dinosaurussen. Deze zouden hen geholpen hebben bij het verteren van voedsel, net als de spiermaag bij vogels.

Een vogelachtig dinosaurus fossiel

Hoe vogels begonnen te vliegen

Maar, als vogels uit dinosaurussen voortkomen, hoe zijn ze dan zo geëvolueerd dat ze nu in staat zijn om te vliegen? Het is belangrijk om hier te onthouden dat pterodactylen geen dinosaurussen waren.

Dit heeft geleid tot twee theorieën: ofwel sprintende dinosaurussen begonnen vleugels te gebruiken als een manier om hun evenwicht te bewaren, ofwel gebruikten de dinosauriërs die in de bomen woonden deze om veiliger te vallen.

Dat zou dus betekenen dat de vleugels niet begonnen zijn als een hulpmiddel om te kunnen vliegen. Beetje bij beetje evolueerden hun “armen” om hen te helpen hun evenwicht te bewaren, of om hen te helpen om langzamer te vallen. Daarna gingen ze verder met zweefvliegen totdat hun nakomelingen (vogels) uiteindelijk konden vliegen.

Toen dinosaurussen uitstierven, zouden sommigen van hen het overleefd moeten hebben. Hun nakomelingen zouden de evolutie tot vogels mogelijk hebben gemaakt. En nu zijn we hier, met miljoenen vogels die over de hele wereld rondvliegen. Is dat niet geweldig? 

  • Feduccia, A. (1999). The origin and evolution of birds. Yale University Press.