De ziekte van Carré: symptomen, behandeling en infectie

06 mei, 2020
Hoewel elke soort hond de ziekte van Carré kan krijgen, is de kans dat ze het krijgen veel kleiner als ze gevaccineerd zijn.
 

De ziekte van Carré is een van de meest dodelijke ziektes voor honden. Het beïnvloedt zowel de luchtwegen als het spijsverteringsstelsel en kan in meer gevorderde gevallen het zenuwstelsel aantasten. In dit artikel kun je meer te weten komen over de symptomen, de behandeling en de infectie van deze ziekte.

Hoe ontwikkelt de ziekte van Carré zich?

De ziekte van Carré is een virus dat behoort tot het paramyxovirus. Dat is hetzelfde virus dat de mazelen veroorzaakt. Het treft zowel huishonden als jakhalzen, vossen, wolven, coyotes en wasberen.

Het kan niet worden overgedragen op mensen, maar het is een zeer besmettelijke ziekte onder dieren en kan hun leven in gevaar brengen. Het treft vooral puppy’s en oudere honden, omdat ze geen sterk immuunsysteem hebben.

De beste manier om deze besmetting te voorkomen is door het verplichte vaccinatieschema van je huisdier aan te houden. Er is een specifiek vaccin dat het virus behandelt, maar het is niet 100% effectief.

Hoe verspreid het virus zich?

Wanneer een dier dat besmet is met het virus hoest, niest of gewoon ergens is, laat het virusdeeltjes in de lucht achter. Als een gezonde hond dit gebied binnenkomt en de micro-organismen inademt, kan deze hond ook geïnfecteerd raken.

Als de besmette hond eet of water drinkt, en een andere hond gebruikt hetzelfde bakje, loopt de andere hond ook het risico om geïnfecteerd te raken. Dit betekent dat elke hond risico loopt om het virus te krijgen. Als ze het vaccinatieschema hebben gevoeld, is de kans dat deze ziekte zich ontwikkelt zeer klein.

 

Het is belangrijk om te weten dat puppy’s het meest kwetsbaar zijn voor infectie, omdat ze nog niet voldoende zijn ingeënt. Ook als hun moeder niet gevaccineerd is, zal ze niet in staat zijn om hen te beschermen door haar melk. Pups zijn nog niet sterk genoeg om met een virus van deze omvang om te gaan. Dit is ook het geval bij oude of zieke honden.

De symptomen

Een oudere hond ligt op het zand

Zodra het virus het lichaam van het dier binnenkomt, heeft het ongeveer twee weken incubatietijd nodig. Na die tijd zullen de symptomen optreden. Het eerste teken van de ziekte van Carré is een waterige of gelige afscheiding, al dan niet met pus, in de ogen en de neusgaten. Daarna krijgt het dier koorts, en kunnen de volgende symptomen verschijnen:

  • hoesten
  • zwakte
  • gebrek aan eetlust
  • diarree
  • braken
  • verdikking van de voetzolen

Als de ziekte in een vergevorderd stadium is, kan het zenuwstelsel verzwakt raken. Dit kan leiden tot spasmen, epileptische aanvallen, en zelfs gedeeltelijke of volledige verlamming.

Het is belangrijk om te weten dat de meeste honden de ziekte van Carré niet zullen overleven. Het kleine aantal dat wel overleeft zal veel gezondheids- en gedragsproblemen hebben, vanwege de schade aan het zenuwstelsel.

 

Is er een behandeling voor de ziekte van Carré?

Een puppy bij de dierenarts krijgt een vaccinatie

Helaas is er geen volledige genezing voor deze ziekte als deze zich eenmaal in het lichaam van het dier bevindt, wat betekent dat vaccineren op dit punt nutteloos is.

Het is belangrijk dat je je huisdier naar de dierenarts brengt zodra je het eerste teken van een gezondheidsprobleem opmerkt. Hij of zij is verantwoordelijk voor het testen en diagnosticeren van wat er aan de hand is.

De behandeling werkt om de symptomen te verlichten en te voorkomen dat de ziekte zich verder ontwikkelt. Het helpt ook om uitdroging te verminderen en nieuwe infecties te voorkomen.

Antibiotica kunnen helpen, evenals vitaminesupplementen die bepaalde symptomen kunnen verbeteren. Als je hond de ziekte van Carré wordt vastgesteld, moet je begrijpen dat de ziekte zelf niet te stoppen is. Indien nodig zal de dierenarts euthanasie aanbevelen om te voorkomen dat het dier zal komen te lijden.

De enige manier om te voorkomen dat een hond deze ziekte krijgt, is door middel van vaccinatie. De juiste leeftijd voor dit vaccin is tussen de zes en acht weken. Daarna moeten honden het jaarlijks krijgen, voor de rest van hun leven. Ook zwangere honden moeten deze vaccinatie krijgen. Preventie is in dit geval de beste behandeling.