Wat zijn dierlijke intelligentietests precies?

· 27 maart 2019
Door gebruik te maken van dierlijke intelligentietests kun je erachter komen wat er zich afspeelt in het hoofd van een dier wanneer hij met bepaalde uitdagingen geconfronteerd wordt.

De meeste mensen weten wel dat dieren intelligente wezens zijn en dat hun vermogens verschillen van soort tot soort. Er is echter ook een tak binnen de wetenschap die hun intellectuele capaciteiten bestudeert. In dit artikel vertellen we je hoe wetenschappers dit doen aan de hand van dierlijke intelligentietests.

Wat zijn dierlijke intelligentietests?

Deze wetenschappelijke discipline is een combinatie van vergelijkende psychologie, ethologie en gedragsecologie. Elk van deze gebieden maakt gebruik van ervaringen en methoden om erachter te komen wat er zich afspeelt in het hoofd van dieren wanneer ze worden geconfronteerd met verschillende uitdagingen.

Dierlijke intelligentietests bestaan ​​uit het geven van kleine uitdagingen aan kleine dieren en het observeren van hoe zij handelen. Hoe de test in elkaar zit hangt af van het soort dier dat bestudeerd wordt.

Het is echter belangrijk om te weten dat dierlijke intelligentietest absoluut niet hetzelfde zijn als andere soorten dierproeven. De wetenschappers raken de dieren namelijk op geen enkele manier aan en manipuleren ze ook niet. Ze observeren alleen hun reacties.

Dit soort intelligentietests zijn helemaal niet schadelijk voor de dieren. De dieren kunnen hooguit in het begin een beetje in de war raken over het probleem dat ze moeten oplossen. Ze zijn echter vrij om zich te gedragen hoe ze maar willen en de enige taak van de wetenschapper is om dit gedrag te observeren.

Er bestaan veel verschillende soorten tests. Aan de hand van deze tests kunnen de wetenschappers bestuderen hoe de dieren samenwerken, hoe snel ze leren, hoe groot hun geheugencapaciteit is, of hoe ze kleur zien. Deze tests verschillen van soort tot soort, omdat het onmogelijk is om hetzelfde experiment te ontwerpen voor een hond als voor een hamster!

De geschiedenis van dierlijke intelligentietests

Deze wetenschappelijke discipline ontstond in de 20e eeuw, hoewel vooruitgang in de psychologie van de mensheid in de jaren ’50 de ontwikkeling ervan enorm bevorderde.

Rat loopt door doolhof

Aanvankelijk werden de resultaten van dierlijke intelligentietests geïnterpreteerd als een demonstratie van acties en reacties van dieren. Dat wil zeggen, ze zagen het gedrag als mechanisch. Wanneer een dier te maken krijgt met een bepaalde situatie, leert hij op een bepaalde manier te reageren.

Decennia later werd echter het idee geïntroduceerd dat dieren misschien ook op situaties reflecteren en niet alleen reageren. Hiermee begon het concept van de ‘geest’ een rol te spelen en begonnen wetenschappers de ontwerpen van hun ervaringen te veranderen om te kunnen bestuderen waar dieren allemaal over konden nadenken.

Ze veranderden ook de manier waarop ze gegevens verzamelden. Hoewel veel experimenten kort zijn en maar een paar uur of dagen duren, begonnen ze tegen het einde van de twintigste eeuw studies te ontwikkelen die wel jaren konden duren.

Sindsdien passen wetenschappers de tests toe op steeds meer diersoorten. Ze begonnen met apen en honden, maar momenteel bestuderen ze zelfs vissen en insecten.

Een voorbeeld van een dierlijke intelligentietest

Er bestaan verschillende soorten dierlijke intelligentietests, hoewel veel op hetzelfde startpunt zijn gebaseerd. Doolhoven of operante kamers worden het meest gebruikt, tevens om andere tests te ontwerpen.

Hond voert dierlijke intelligentietests uit

Operante kamers waren een hulpmiddel om het dier te leren een actie uit te voeren, zoals een hendel omlaag duwen of een knop indrukken. Telkens als het dier de actie wist te herhalen, kreeg hij iets te eten. Nadat duidelijk werd dat de dieren hier daadwerkelijk iets van leerden, bedachten wetenschappers meerdere varianten van deze test.

Om een ​​gevoel van rechtvaardigheid bij apen te meten, bedachten wetenschappers een experiment waarbij ze meerdere kamers naast elkaar zette die allemaal op elkaar leken. Het was de taak van de apen om een hendel omlaag te duwen, waarna ze een beloning kregen.

Ze kregen echter niet allemaal dezelfde beloning. Vervolgens werd de aap die de slechtste beloning kreeg boos, waarna zijn partner zijn traktatie met hem zou delen. Op deze manier konden wetenschappers bewijzen dat deze dieren onrecht voelden.

Wetenschappers maakten ook gebruik van operante kamers om het samenwerkingsvermogen van dieren te bestuderen. In dit geval konden twee dieren alleen bij hun voedsel komen als ze allebei tegelijkertijd aan een koord trokken.

Deze test is toegepast op verschillende diersoorten. De dieren die het probleem het snelst wisten op te lossen waren papegaaien, olifanten en wolven. Honden bleken echter niet in staat te zijn de test uit te dokteren.

Conclusie

Er bestaan heel veel dierlijke intelligentietests. Wetenschappers gebruiken ze om het intellectuele vermogen van dieren te meten. Traditioneel dienden ze om zoogdieren te bestuderen, maar tegenwoordig worden ze ook toegepast op insecten, octopussen, vissen en vogels.